Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] RA, te [plaats]
(gemachtigde: mr. I.W.M. Bom)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Het hoger beroep van [naam 1] is gericht tegen de gedeeltelijke gegrondverklaring van klachtonderdeel b. Dit klachtonderdeel betreft, kort gezegd, de conclusie die [naam 1] heeft getrokken dat er geen bonus en beëindigingsvergoeding wordt betaald door [naam 7] . Hierover heeft de accountantskamer onder meer het volgende overwogen, waarbij voor “betrokkene” [naam 1] en voor “klaagster” [naam 2] moet worden gelezen:
fully and correctly” waren opgenomen in de toegestuurde beëindigingsovereenkomst, heeft [naam 1] geen reden gezien om specifiek een voorbehoud op te nemen met betrekking tot de door [naam 3] dan wel door [naam 4] B.V. eventuele extra vergoeding ten aanzien van de aandelentransactie. Het voorbehoud dat [naam 1] in zijn rapport heeft opgenomen in de inleiding en bij de beantwoording van vraag 5, was dus toereikend. [naam 1] benadrukt dat ten tijde van het onderzoek bepaalde bankafschriften niet in zijn bezit zijn gekomen. Naderhand is gebleken van nieuwe inzichten en aanvullende informatie. Uit de Leidraad voor deskundigen in civiele zaken blijkt dat er nog tal van correctiemechanismen zijn. Een partij kan een eventuele fout aan de orde stellen of partijen kunnen vrijwel altijd in hoger beroep of cassatie.