ECLI:NL:CBB:2023:703
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak accountantskamer inzake klacht over interne klachtbehandeling door accountant
De zaak betreft een hoger beroep van [naam 1] tegen een uitspraak van de accountantskamer over een klacht tegen [naam 2], een accountant die een interne klacht behandelde over een collega die betrokken was bij een aandelenovername. De accountantskamer verklaarde bepaalde klachtonderdelen niet-ontvankelijk omdat deze gericht waren tegen het kantoor en niet tegen de accountant, en verklaarde de overige onderdelen ongegrond.
[naam 1] voerde aan dat de accountantskamer ten onrechte de klacht te beperkt had beoordeeld en dat [naam 2] onjuist en misleidend had gehandeld door een beperkte scope te hanteren en civielrechtelijke standpunten in te nemen. Het College oordeelde dat de accountantskamer de reactie van [naam 2] te beperkt had opgevat door deze alleen als civielrechtelijk standpunt te zien, maar dat ook bij de juiste maatstaf de klachten ongegrond zijn.
Het College benadrukte dat de Wet tuchtrechtspraak accountants niet voorziet in klachten tegen een accountantskantoor, maar alleen tegen individuele accountants. Het onderzoek van [naam 2] was gericht op de causaliteit tussen het handelen van de collega en de schadeclaim, en was niet verplicht een breed en diepgaand onderzoek te verrichten. De voorbeelden van vermeende fouten door [naam 1] werden niet aannemelijk gemaakt als bewust onjuist of misleidend.
De klacht is daarom terecht niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de accountantskamer bevestigd.