ECLI:NL:CBB:2023:711
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De ondernemer diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022, maar deed dit te laat. De minister wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De ondernemer stelde dat zij niet tijdig was geïnformeerd over de openstelling van de subsidieperiode, omdat zij geen servicebericht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) had ontvangen.
De minister voerde aan dat de aanvraagperiode duidelijk was gecommuniceerd via de RVO-website en dat ondernemers zich moesten aanmelden voor automatische herinneringen. Het College oordeelde dat de afwijzing terecht was, omdat de aanvraagtermijn dwingend is en het niet ontvangen van een servicebericht niet leidt tot een verschoonbare termijnoverschrijding.
Het College benadrukte dat het evenredigheidsbeginsel niet tot afwijking van de afwijzingsgrond leidt en dat ondernemers verantwoordelijk zijn voor tijdige indiening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.