ECLI:NL:CBB:2023:729

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
15 december 2023
Zaaknummer
22/2327
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep subsidie vaste lasten COVID-19 gegrond verklaard

De ondernemer had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat omtrent subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven had het beroep op 31 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

In het verzet is echter gebleken dat de ondernemer niet in verzuim was met de betaling van het griffierecht. Daarom verklaart het College het verzet gegrond en vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van de niet-ontvankelijkverklaring.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd voor het verzet. De uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wordt opgeheven.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2327

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 op het verzet van

[naam] , te [plaats] (de ondernemer)

Procesverloop

De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 20 oktober 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard.

Overwegingen

Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Omdat het verzet gegrond wordt verklaard vervalt de uitspraak van 31 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A, van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel