De onderneming diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (SVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat deze niet tijdig was ingediend vóór de sluitingstermijn van 12 juli 2021 17:00 uur. De onderneming stelde dat zij door een technische storing bij de aanbieder van eHerkenning de aanvraag niet op tijd kon indienen, ondanks herhaalde pogingen vlak voor de deadline.
De minister accepteerde dit niet omdat de onderneming de storing niet binnen de aanvraagtermijn had gemeld. Het College overwoog dat de minister volgens de SVL en de Algemene wet bestuursrecht gebonden is aan de sluitingstermijn en in principe niet mag afwijken. Echter, het College toetst het besluit ook aan het ongeschreven evenredigheidsbeginsel en constateert dat het beleid van de minister om in bepaalde gevallen het digitale systeem tijdelijk te heropenen een contra-legembeleid is.
Het College acht aannemelijk dat de late indiening het gevolg was van een technische storing en dat de onderneming zonder die storing tijdig had kunnen indienen. Hoewel de melding van de storing niet binnen de termijn plaatsvond, was dit gezien de omstandigheden niet doorslaggevend. Daarom had de minister de aanvraag niet zonder inhoudelijke beoordeling mogen afwijzen.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.