ECLI:NL:CBB:2023:750

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 december 2023
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
22/2114 en 22/2481
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling omzetbepaling voor TVL-subsidie bij eenmanszaak met meerdere bedrijfsactiviteiten

In deze zaak gaat het om een eenmanszaak die meerdere bedrijfsactiviteiten uitvoert en daarvoor één gezamenlijke aangifte omzetbelasting indient. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de omzet voor de TVL-subsidie vastgesteld op basis van deze aangifte. De onderneming betwist deze omzetbepaling omdat zij meent dat de omzet van de verschillende bedrijfsactiviteiten apart moet worden beoordeeld.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de minister de omzet op juiste wijze heeft bepaald door uit te gaan van de totale omzet zoals aangegeven in de aangifte omzetbelasting van de onderneming. Binnen de systematiek van de TVL-regeling is geen ruimte om de omzet van verschillende bedrijfsactiviteiten afzonderlijk te beoordelen. Daarom is het niet onredelijk dat de minister geen deel van de omzet buiten beschouwing heeft gelaten.

Verder heeft het College geoordeeld dat de onderneming niet heeft voldaan aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies, waardoor zij niet in aanmerking komt voor de TVL-subsidie. Dit maakt de besluiten niet onevenredig. Tot slot heeft het College bevestigd dat de minister niet verplicht is om eerdere fouten te herhalen, mede omdat de omzetcijfers bij de aanvragen zonder nadere controle zijn overgenomen.

Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de omzetbepaling van de minister wordt bevestigd, waardoor de onderneming geen recht heeft op de TVL-subsidie.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 22/2114 en 22/2481
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2023
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A. Verhoeven

Partijen

[naam 1] ,te [plaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3] ,
en
de
minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn W. Dam en mr. L. Achalhi

Beslissing

Het College verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1. In dit geval is sprake van een eenmanszaak die verschillende bedrijfsactiviteiten heeft ontplooid en daarvoor één aangifte omzetbelasting doet. De minister heeft de omzet bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting van de gehele eenmanszaak. De onderneming is het hier niet mee eens.
2. Het College oordeelt dat de minister de omzet op de juiste manier heeft bepaald, door te kijken naar de aangifte omzetbelasting van de onderneming. Binnen de systematiek van de TVL kan geen rekening worden gehouden met verschillende bedrijfsactiviteiten van een onderneming. De minister heeft daarom in dit geval terecht geen aanleiding gezien om af te wijken van de omzetgegevens van de Belastingdienst en een deel van de omzet van de onderneming buiten beschouwing laten. Gelet op deze omzetgegevens heeft de onderneming niet voldaan aan het vereiste van ten minste 30% omzetverlies. Dat zij hierdoor niet in aanmerking komt voor een TVL-subsidie, maakt de besluiten niet onevenredig.
3. De minister heeft zich tot slot terecht op het standpunt gesteld dat hij niet gehouden is gemaakte fouten te herhalen. Daarbij betrekt het College dat bij de betreffende aanvragen de omzetcijfers zoals opgegeven door de onderneming, zonder nadere controle zijn overgenomen.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A. Verhoeven