ECLI:NL:CBB:2023:8

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
13 januari 2023
Zaaknummer
21/1481
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:14 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarin haar bezwaar tegen een eerder besluit niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft dit beroep op 26 juli 2022 ongegrond verklaard zonder zitting. Appellante deed daarop verzet tegen deze uitspraak.

In het verzet stelt appellante dat zij niet duidelijk was over de betekenis van 'digitaal bericht over deze aanvraag', dat zij de notificatie e-mail van 24 juni 2021 niet heeft ontvangen en dat notificatie niet gelijk staat aan bekendmaking van het besluit. Het College oordeelt echter dat deze argumenten onvoldoende zijn om de eerdere uitspraak te wijzigen.

Het College stelt vast dat de minister de notificatie e-mail op de juiste wijze heeft verzonden en dat de gebruikte procedure in overeenstemming is met artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard, het beroep niet inhoudelijk behandeld en de zaak gesloten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/1481

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 op het verzet van

[naam] B.V., te [woonplaats] , appellante

(gemachtigde: mr. S. Mathoerapersad)

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (minister) van 15 november 2021.
Bij uitspraak van 26 juli 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen de uitspraak van 26 juli 2022 verzet gedaan.

Overwegingen

1. In het besluit van 15 november 2021 heeft de minister het bezwaar van appellante tegen het besluit van 24 juni 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift (veel) te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. In de uitspraak van 26 juli 2022 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In het verzetschrift voert appellante aan (1) dat het voor haar niet duidelijk was dat onder “digitaal bericht over deze aanvraag” ook het besluit op de aanvraag valt, (2) dat zij de notificatie e-mail van 24 juni 2021 niet heeft ontvangen en (3) dat de notificatie van een besluit niet gelijk staat aan het bekendmaken van dat besluit.
3. Dit brengt het College niet tot het oordeel dat de uitspraak van 26 juli 2022 niet juist is. (1) Niet valt in te zien waarom het onduidelijk kan zijn dat onder “digitaal bericht over deze aanvraag” ook het besluit op de aanvraag valt. (2) Uit de gedingstukken blijkt dat op 24 juni 2021 een notificatie e-mail aan het e-mailadres van appellante is gestuurd. (3) De door de minister gevolgde werkwijze is in overeenstemming met artikel 2:14, eerste lid, van de Awb en leidt daarom tot een geldige bekendmaking.
4. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van
mr. S. van Noordt, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 17 januari 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt