De slachterij werd beboet wegens zichtbare fecale verontreiniging van een karkas die niet onmiddellijk werd verwijderd door bijsnijden of een gelijkwaardige behandeling, in strijd met Verordening 853/2004 en nationale regelgeving.
De minister legde een boete van €5.000 op, verhoogd wegens recidive. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte de slachterij de constatering van fecale verontreiniging en voerde aan dat de minister eerst had moeten waarschuwen. Ook stelde zij dat de boete gematigd moest worden wegens late toezending van het rapport, geringe gezondheidsrisico’s, geen recidive en onvoldoende draagkracht.
Het College oordeelde dat het rapport van bevindingen op ambtsbelofte een deugdelijke basis vormt voor de vaststelling van de overtreding. Het afspoelen met water is geen gelijkwaardige behandeling en verspreidt micro-organismen. De minister hoefde niet eerst te waarschuwen vanwege herhaalde overtredingen binnen hetzelfde toezichtdomein. De boete werd niet gematigd wegens late toezending of gezondheidsrisico’s, noch wegens financiële draagkracht. Wel matigde het College de boete met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boete werd vastgesteld op €4.500.