ECLI:NL:RBROT:2021:4431
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen boete voor fecale bezoedeling van karkas en toepassing recidiveboete
Eiseres kreeg op 15 maart 2019 een boete van €5.000 opgelegd wegens overtreding van voorschriften rondom fecale bezoedeling van een karkas, waarbij verontreinigingen niet adequaat werden verwijderd. Verweerder handhaafde deze boete bij besluit van 4 september 2019. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat het rapport van bevindingen van 13 september 2018, opgesteld door een toezichthouder, voldoende duidelijk en betrouwbaar was. De toezichthouder constateerde dat een karkas zichtbaar verontreinigd was met fecale vloeistof die niet adequaat was verwijderd, wat een risico voor de volksgezondheid opleverde.
Eiseres voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, dat het rapport onduidelijk was en dat de boete onterecht was verhoogd vanwege recidive. De rechtbank verwierp deze argumenten, oordeelde dat het bestuursorgaan terecht uitging van het rapport en dat de boete passend was, mede door de eerdere overtreding binnen vijf jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde boete voor fecale bezoedeling wordt ongegrond verklaard en de boete wordt bevestigd.