ECLI:NL:CBB:2024:124
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onvoldoende omzetverlies voor TVL-subsidie COVID-19
De onderneming had beroep ingesteld tegen de beslissing van de minister van Economische Zaken en Klimaat inzake de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De kern van het geschil betrof de vaststelling van het omzetverlies over het tweede kwartaal van 2021 ten opzichte van het tweede kwartaal van 2019.
Het College stelde vast dat het omzetverlies 29,6% bedroeg, waarmee niet werd voldaan aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies zoals voorgeschreven in de regeling. De onderneming voerde aan dat het geringe verschil geen reden zou moeten zijn voor het weigeren van de subsidie.
Het College oordeelde dat de minister geen discretionaire bevoegdheid had om een uitzondering te maken bij een omzetverlies net iets minder dan 30%. Daarom was het besluit om de subsidie op nul vast te stellen en het betaalde voorschot terug te vorderen rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het omzetverlies van 29,6% niet voldoet aan de vereiste 30%, waardoor de subsidie op nul wordt vastgesteld en het voorschot wordt teruggevorderd.