ECLI:NL:CBB:2024:125
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De ondernemer, handelend onder een handelsnaam, heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) door de minister van Economische Zaken en Klimaat. Volgens de regeling moeten ondernemingen die over hun volledige omzet aangifte omzetbelasting doen, hun omzet aantonen met die aangifte. De ondernemer heeft aangetoond een omzetverlies van 27,5% te hebben in de subsidieperiode ten opzichte van de referentieperiode.
De regeling stelt echter als voorwaarde dat het omzetverlies ten minste 30% moet bedragen om in aanmerking te komen voor subsidie. Het College heeft geoordeeld dat de minister terecht de subsidie heeft vastgesteld op nul euro, omdat niet aan deze drempel is voldaan. De TVL-regeling laat geen ruimte voor afwijking van deze eis.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van de voorwaarden in de subsidieregeling en bevestigt dat de omzetbelastingaangiften leidend zijn voor de vaststelling van het omzetverlies.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het omzetverlies van 27,5% niet voldoet aan het vereiste van minimaal 30%.