ECLI:NL:CBB:2024:217
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De ondernemer heeft een subsidieaanvraag voor de vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 ingediend, maar deze aanvraag werd door de minister afgewezen omdat deze buiten de gestelde aanvraagperiode van 28 februari tot en met 31 maart 2022 was ingediend.
De ondernemer voerde aan dat de late indiening te wijten was aan personeelswisselingen bij zijn accountantskantoor, de korte aanvraagperiode en persoonlijke medische omstandigheden. Hij verzocht om een inhoudelijke beoordeling van zijn aanvraag ondanks de overschrijding van de termijn.
De minister stelde dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen een aanvraag buiten de termijn alsnog in behandeling wordt genomen, en dat de omstandigheden van de ondernemer daartoe niet leidden. Het College toetste dit aan het evenredigheidsbeginsel en concludeerde dat de afwijzing niet onredelijk was. De verantwoordelijkheid voor tijdige indiening lag bij de ondernemer.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en bevestigde dat de subsidieaanvraag terecht was afgewezen wegens niet-tijdige indiening.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag terecht afgewezen wegens te late indiening.