ECLI:NL:CBB:2024:228
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontheffingsverzoek fosfaatrechtenstelsel wegens ontbreken uitzonderlijke omstandigheden
De zaak betreft een beroep van een melkveehouder tegen de afwijzing van zijn verzoek om ontheffing van het fosfaatrechtenstelsel, gericht op het herstellen van het aantal melkvee dat hij hield op 1 april 2012. De minister had het verzoek afgewezen omdat de hervatting van de melkproductie een uitbreiding betrof ten opzichte van de peildatum 2 juli 2015, en ontheffing slechts in zeer uitzonderlijke situaties wordt verleend.
De melkveehouder stelde dat de afwijzing onevenredig was, omdat hij vanwege gezondheidsproblemen tijdelijk was gestopt en het verzoek niet ging om uitbreiding maar om herstel van de eerdere veebezetting. Het College overwoog dat de minister een discretionaire bevoegdheid heeft en toetst aan het evenredigheidsbeginsel. Het College vond dat de minister het belang van milieu, volksgezondheid en naleving van de Nitraatrichtlijn terecht zwaarder heeft gewogen dan het individuele belang van de aanvrager.
Het College concludeerde dat de bijzondere omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd en dat de tijdelijke stopzetting een ondernemerskeuze was. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat afwijzing tot faillissement zou leiden. Het besluit was zorgvuldig gemotiveerd en in overeenstemming met het recht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzingsbesluit van de minister inzake ontheffing fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.