ECLI:NL:CBB:2024:232
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontheffingsverzoek fosfaatrechtenstelsel wegens onvoldoende onderbouwing en algemeen belang milieu
De onderneming verzocht de minister om ontheffing van het fosfaatrechtenstelsel op grond van artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet, om het aantal melkvee te houden volgens de stalcapaciteit. De minister wees het verzoek af vanwege het belang van het fosfaatrechtenstelsel en het milieu, en verklaarde het bezwaar ongegrond. De onderneming stelde dat de minister onvoldoende belangenafweging had gemaakt en dat zij door het tekort aan fosfaatrechten in een uitzichtloze situatie was gekomen.
Het College oordeelde dat de minister de discretionaire bevoegdheid correct had uitgeoefend en de belangen zorgvuldig had afgewogen, waarbij het behoud van derogatie, milieubescherming en rechtszekerheid zwaarder wegen dan het individuele belang van de onderneming. De onderneming had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrecht ontoereikend was voor het daadwerkelijk gehouden aantal dieren. Ook was de PAS-problematiek niet relevant voor de belangenafweging.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit evenwichtig is, niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel en voldoende gemotiveerd. Het beroep is ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van het ontheffingsverzoek fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.