ECLI:NL:CBB:2024:242
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie wegens niet-naleving locatieverplichting productie-installatie
De vennootschap had een SDE-subsidie ontvangen voor de realisatie van een productie-installatie met zonnepanelen op het dak van een specifiek adres. Na subsidieverlening bleek dat het dak onvoldoende draagkracht had, waardoor de installatie op een ander dak werd gerealiseerd. De vennootschap had verzocht om wijziging van de locatie, maar dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De minister trok daarop de subsidie in omdat niet was voldaan aan de verplichting de installatie te realiseren overeenkomstig de gegevens in de subsidieaanvraag. De vennootschap voerde aan dat sprake was van één installatie verdeeld over drie daken en dat de wijziging niet essentieel was, maar dit werd door het College verworpen.
Het College oordeelde dat de subsidie per productie-installatie wordt verstrekt en dat een locatiewijziging een essentiële wijziging is waarvoor vooraf toestemming vereist is. De intrekking was daarom terecht en niet onevenredig, mede gelet op het belang van het voorkomen van strategische aanvragen en het waarborgen van de duurzaamheiddoelstellingen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de subsidie wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.