ECLI:NL:RVS:2022:285
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening woningsluitingsbesluit wegens drugsdealactiviteiten in Harderwijk
De burgemeester van Harderwijk besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning te sluiten vanwege handel en opslag van drugs door de oudste zoon van de huurder. Na bezwaar handhaafde de burgemeester het besluit, maar de rechtbank Gelderland vernietigde dit en herroept het besluit, stellende dat de sluiting onevenredige gevolgen had voor de huurder en zijn gezin.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een volledige toetsing toepaste en dat de burgemeester beleidsruimte heeft bij het sluiten van woningen. De Raad bevestigt dat de burgemeester terecht een 'ernstig geval' aannam gezien de hoeveelheid drugs, recidive en overlast. Ook is de huurder verwijtbaar omdat hij toezicht had moeten houden.
De Raad stelt echter vast dat de burgemeester niet alle relevante belangen, zoals het risico op ontbinding van de huurovereenkomst en plaatsing op een zwarte lijst, heeft meegewogen bij het besluit op bezwaar. Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank voor zover het het besluit herroept en draagt de burgemeester op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle belangen evenwichtig worden afgewogen.
Het incidenteel hoger beroep van de huurder wordt ongegrond verklaard. De Raad legt een voorlopige voorziening op en bepaalt dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt in stand gehouden, maar de burgemeester moet binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar nemen met een volledige belangenafweging.