ECLI:NL:CBB:2024:261
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over subsidie vaste lasten financiering COVID-19 en omzetverliesbepaling
De onderneming diende aanvragen in voor de TVL-subsidie over Q1 en Q4 van 2021, maar de minister wees deze af wegens onvoldoende bewijs van het vereiste omzetverlies van 30%. De onderneming kon de omzetgegevens over 2019 niet overleggen vanwege een lopend onderzoek bij de Belastingdienst, maar stelde een alternatieve berekening voor op basis van vergelijkbare bedrijven.
De minister handhaafde de afwijzing omdat de omzet niet op eenvoudige en duidelijke wijze kon worden vastgesteld, mede vanwege het ontbreken van goedgekeurde jaarrekeningen en onvolledige grootboekgegevens. Het College erkende dat de omzet niet op de gebruikelijke wijze kon worden vastgesteld, maar oordeelde dat de weigering van subsidie onevenredig nadelige gevolgen heeft.
Het College stelde dat de minister een uitzondering moest maken en de omzetverdeling over de kwartalen op basis van een redelijke schatting mocht bepalen. De minister werd opgedragen binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van de onderneming.
Uitkomst: De beroepen zijn gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.