ECLI:NL:CBB:2024:336
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen subsidiehoogteberekening op basis van omzetbelastingaangifte afgewezen
De onderneming stelde dat de minister bij de berekening van de subsidie voor vaste lasten financiering COVID-19 had moeten uitgaan van haar eigen administratie, omdat zij omzet uit het buitenland had die niet in de omzetbelastingaangifte zou zijn opgenomen. Het College stelde vast dat deze buitenlandse omzet wel degelijk in de aangifte was verwerkt en dat de minister deze omzet correct had betrokken bij de subsidiehoogte.
Verder oordeelde het College dat de gekozen berekeningswijze, hoewel nadelig voor de onderneming, niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel omdat de onderneming niet had aangetoond dat sprake was van een zeer uitzonderlijk geval. Ook het bezwaar dat het verslag van de hoorzitting te laat was toegezonden, werd verworpen omdat de onderneming op basis van het bestreden besluit een weloverwogen keuze kon maken om beroep in te stellen.
Het College verklaarde het beroep daarom ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de ministeriële berekening van de subsidie.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de subsidiehoogteberekening wordt ongegrond verklaard.