ECLI:NL:CBB:2024:342
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontheffing fosfaatrechtenstelsel wegens ontbreken voortzetting bedrijf
De zaak betreft een verzoek van een melkveehouder om ontheffing te verkrijgen van het fosfaatrechtenstelsel op grond van artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet. De minister had het verzoek afgewezen omdat de aanvrager na de peildatum 2 juli 2015 geen voortzetting van het oorspronkelijke bedrijf exploiteerde, maar een nieuw bedrijf was gestart op een andere locatie.
De aanvrager stelde dat de onderbreking van de bedrijfsvoering tijdelijk was en dat hij het bedrijf slechts had verplaatst, waardoor geen sprake was van een nieuw bedrijf. Hij verzocht om ontheffing tot het niveau van fosfaatrechten die hij nodig had voor het aantal dieren op 1 oktober 2016.
Het College oordeelde dat het oorspronkelijke bedrijf feitelijk in januari 2015 was beëindigd en dat het nieuwe bedrijf na de peildatum was gestart. De belangen van het fosfaatrechtenstelsel, waaronder behoud van derogatie en bescherming van milieu en volksgezondheid, en het rechtszekerheidsbeginsel wegen zwaarder dan het individuele belang van de aanvrager. De minister had de belangen zorgvuldig afgewogen en de beslissing voldoende gemotiveerd genomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het ontheffingsverzoek fosfaatrechtenstelsel wordt ongegrond verklaard.