ECLI:NL:CBB:2024:344
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- M.M. Smorenburg
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving last onder bestuursdwang wegens te lange hoeven paarden
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit legde op 10 maart 2021 een last onder bestuursdwang op aan de houder wegens het niet tijdig en correct verzorgen van de hoeven van haar paarden, in strijd met artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren. Dit volgde op een inspectie op 25 februari 2021 door de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en een toezichtrapport van 6 april 2021 waarin meerdere paarden werden aangetroffen met te lange hoeven, waaronder een paard met hoefbevangenheid.
De houder stelde dat het toezichtrapport niet als bewijs mocht dienen omdat het pas na oplegging van de last was toegezonden en betwistte dat de hoeven te lang waren, onderbouwd met verklaringen van haar eigen hoefsmid en dierenarts. Het College oordeelde echter dat het toezichtrapport tijdig was toegezonden binnen de bezwaartermijn en dat de houder voldoende gelegenheid had gehad om zich te verweren. Het rapport en verklaringen van de inspecteurs en dierenarts waren toereikend bewijs van de overtreding.
Het College verwierp het beroep en bevestigde dat de minister terecht de last onder bestuursdwang heeft gehandhaafd. De minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 21 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep van de houder tegen de last onder bestuursdwang wegens te lange paardenhoeven wordt ongegrond verklaard.