ECLI:NL:CBB:2022:73
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens overschrijding subsidieplafond bevestigd
Appellante diende een subsidieaanvraag in voor een project van 26 woningen, opgesplitst in twee aanvragen: 14 woningen op 24 september 2019 en 12 woningen op 19 december 2019. Verweerder wees de aanvraag van 19 december 2019 af omdat het subsidieplafond reeds op 29 november 2019 was bereikt.
Appellante stelde dat de late indiening van de tweede aanvraag het gevolg was van een onjuist advies van verweerder op 24 september 2019, waarbij werd geadviseerd de aanvraag op te splitsen. Dit zou het beroep op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen. Verweerder betwistte het bestaan en de inhoud van dit gesprek en stelde dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden.
Het College oordeelde dat het subsidieplafond op 29 november 2019 was bereikt en dat verweerder daarom verplicht was de aanvraag van 19 december 2019 af te wijzen. Het College volgde appellante niet in haar stelling over het onjuiste advies en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, mede omdat appellante pas vier weken na het vermeende telefoongesprek de juiste informatie had ontvangen en geen verklaring gaf voor de vertraging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag terecht afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond.