ECLI:NL:CBB:2024:362
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond tegen klacht over accountantsonderzoek voorraadadministratie gefailleerde vennootschap
Een accountant voerde in opdracht van de curator van een gefailleerde besloten vennootschap een bestandsvergelijking uit van voorraadposities. Klager, voormalig bestuurder van de vennootschap, stelde dat de accountant zich niet aan relevante gedrags- en beroepsregels had gehouden. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de klacht ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de accountantskamer.
De procedure omvatte een klacht over het niet naleven van Standaard 4400N, het ontbreken van een opdrachtbevestiging, en het niet toepassen van hoor en wederhoor. Het College stelde vast dat het onderzoek een persoonsgericht karakter had en dat Standaard 4400N niet van toepassing was. Tevens was er voldoende gelegenheid voor hoor en wederhoor, ondanks het ontbreken van een schriftelijke opdrachtbevestiging, mede vanwege de spoedeisendheid en de gijzeling van klager.
De accountant had slechts de administratie van een specifieke voorraadlocatie geanalyseerd en geen uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van mutaties. Klager kon niet aantonen dat de accountant gehouden was protocollen van het Nederlands Financieel Forensisch Instituut of het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen te volgen. Nieuwe klachten die tijdens de zitting werden ingebracht, werden buiten beschouwing gelaten wegens het late tijdstip.
Het College concludeerde dat de accountant niet tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van klager wordt ongegrond verklaard en de klacht tegen de accountant wordt verworpen.