ECLI:NL:CBB:2024:423

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
23/152
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:42 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19

Larditron Projects B.V. heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het beroep van de onderneming tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een te laat ingediend bezwaarschrift. De onderneming stelde dat de termijn voor het indienen van bezwaar binnen zes weken moest worden opgevat als een harde deadline en niet als een mogelijkheid binnen die termijn.

Het College oordeelde dat de formulering 'binnen zes weken bezwaar kan worden gemaakt' niet zodanig moet worden geïnterpreteerd als de onderneming betoogde. Tevens wees het College erop dat de bezwaartermijn niet verlengd kan worden door het bestuursorgaan en dat de sanctie van niet-ontvankelijkheid bij niet-tijdige indiening dwingend is. De verlenging van termijnen voor het indienen van een verweerschrift door de minister is niet relevant voor de bezwaartermijn.

Daarom verklaarde het College het verzet ongegrond en bevestigde het de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Met deze uitspraak is de zaak definitief afgesloten.

Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/152

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2024 op het verzet van

Larditron Projects B.V., te Maastricht-Airport (de onderneming)

Procesverloop

De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College van 30 april 2024 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting.

Overwegingen

1. Met de uitspraak van 30 april 2024 heeft het College het beroep van de onderneming tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van
12 december 2022 ongegrond verklaard. Met het besluit van 12 december 2022 heeft de minister het bezwaar van de onderneming tegen het besluit van 8 september 2021
niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2 In verzet heeft de onderneming het volgende aangevoerd. Onder het besluit van
8 september 2021 staat dat binnen zes weken bezwaar
kanworden gemaakt. De onderneming heeft dat zo begrepen en ook mogen begrijpen, dat
bij voorkeurbinnen zes weken bezwaar moet worden gemaakt en niet dat dit
uitsluitendbinnen zes weken kan. Zij beroept zich daarbij ook op het feit dat het College later in de procedure aan de minister heeft verzocht binnen vier weken een verweerschrift in te dienen en vervolgens, toen geen verweerschrift was ingediend, de minister daarvoor twee keer een nieuwe termijn heeft gegeven.
3 Het College volgt de onderneming niet. De zinsnede dat “binnen zes weken bezwaar kan worden gemaakt” kan redelijkerwijs niet zo worden begrepen als de onderneming wil. Het beroep op de gang van zaken rond het verweerschrift ziet eraan voorbij dat de bezwaartermijn (artikel 6:7 van Pro de Awb) door het bestuursorgaan niet kan worden verlengd en de sanctie van niet-ontvankelijkheid bij onverschoonbare termijnoverschrijding (artikel 6:11 van Pro de Awb) dwingend is, terwijl de termijn voor het indienen van een verweerschrift (artikel 8:42, eerste lid, van de Awb) door de bestuursrechter wel kan worden verlengd (artikel 8:42, tweede lid, van de Awb).
4 Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2024.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel