ECLI:NL:CBB:2024:427
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De vennootschap onder firma diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het eerste kwartaal van 2022, maar deed dit na de uiterste indieningstermijn van 31 maart 2022, 17.00 uur. De minister wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De vennootschap voerde aan dat de vennoot belast met de administratie ernstige coronaklachten had en tot een risicogroep behoorde, waardoor tijdige indiening onmogelijk was.
Het College oordeelde dat de aanvraagtermijn een dwingende afwijzingsgrond is en dat noch de Awb noch de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies ruimte bieden voor afwijking. Hoewel het College begrip toonde voor de omstandigheden, stelde het vast dat het de verantwoordelijkheid van de onderneming is om tijdig een aanvraag in te dienen, eventueel via een gemachtigde. Er was geen bewijs dat tijdige indiening onmogelijk was.
Het College concludeerde dat het vasthouden aan de aanvraagtermijn niet onevenredig is en dat de financiële gevolgen voor de onderneming voor haar eigen risico komen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening is ongegrond verklaard.