ECLI:NL:CBB:2024:457
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt nihil vaststelling subsidie wegens onvoldoende omzetverlies
De ondernemer had voor het eerste kwartaal van 2022 subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister stelde de subsidie vast op nihil omdat uit de aangiften omzetbelasting bleek dat het omzetverlies minder dan 30% bedroeg ten opzichte van het referentiejaar 2020. De ondernemer voerde aan dat de omzet uit de aangifte niet correct was omdat de verkoop van elektrische steps daarin was opgenomen, wat geen reguliere bedrijfsopbrengst zou zijn, en dat deze opbrengst dubbel was opgenomen.
De minister stelde dat hij terecht was uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangiften omzetbelasting, aangezien de ondernemer over zijn volledige omzet omzetbelasting betaalt en geen suppletieaangifte had ingediend om correcties aan te brengen. Het College bevestigde dat de minister de TVL-regeling correct had toegepast en dat er geen ruimte is voor afwijking van de omzetgegevens uit de aangiften. Ook oordeelde het College dat de verkoop van de steps geen uitzonderlijk geval vormt dat een uitzondering rechtvaardigt.
Daarmee voldeed de ondernemer niet aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies, waardoor de subsidie terecht op nihil werd vastgesteld en het voorschot moest worden teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nihil vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.