ECLI:NL:CBB:2023:244
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens onvoldoende omzetverlies door inruil bedrijfsauto
De ondernemer had een subsidieaanvraag ingediend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. Deze aanvraag werd afgewezen door de minister van Economische Zaken en Klimaat, omdat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies. De ondernemer stelde dat het bedrag van € 40.000,- dat hij ontving bij de inruil van zijn oude bedrijfsauto geen omzet was in de zin van de TVL en dat dit bedrag ten onrechte was meegenomen bij de berekening van het omzetverlies.
Het College overwoog dat het inruilbedrag moet worden aangemerkt als opbrengst uit levering van goederen en dus als omzet in de zin van artikel 2.2.a1 van de TVL. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie van het College. De minister mocht daarom bij de berekening van het omzetverlies uitgaan van de omzetgegevens zoals opgenomen in de aangifte omzetbelasting, waarin het inruilbedrag was opgenomen.
De ondernemer voerde ook aan dat de minister een verkeerde SBI-code had gebruikt en dat er sprake was van overschrijding van beslistermijnen en onjuiste bejegening, maar het College achtte deze punten niet doorslaggevend. De overschrijding van de beslistermijn deed geen afbreuk aan de inhoudelijke juistheid van het besluit en de hoorplicht was volgens het College nageleefd. De klacht over bejegening werd doorverwezen naar een interne klachtencoördinator.
Gelet op het feit dat de ondernemer niet voldeed aan de subsidievoorwaarden, verklaarde het College het beroep ongegrond en hoefde het bestuursorgaan geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt terecht afgewezen wegens onvoldoende omzetverlies.