ECLI:NL:CBB:2024:460
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- T. Pavićević
- W.J.A.M. van Brussel
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken vertegenwoordigingsbevoegdheid slachterij
De slachterij kreeg een boete van €5.000,- opgelegd wegens overtreding van de Wet dieren en relevante regelgeving. Tegen dit boetebesluit werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard door de minister. Vervolgens stelde de slachterij hoger beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College stelde ambtshalve vast dat niet was aangetoond dat de persoon die het hoger beroep namens de slachterij had ingesteld, daadwerkelijk bevoegd was dit te doen. Ondanks verzoeken en een ruime termijn om recente uittreksels uit het Handelsregister en statuten te overleggen, werd geen bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid geleverd.
Daarom verklaarde het College het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College op 9 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de slachterij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid.