ECLI:NL:CBB:2024:470
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- T. Pavićević
- M.M. Smorenburg
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens bedrijfsmatig handelen zonder administratie bij verkoop vogels
De zaak betreft een hoger beroep van [naam 1] tegen een boetebesluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De boete van €3.000,- is opgelegd wegens overtreding van artikel 3.10 van het Besluit houders van dieren (Bhd), omdat [naam 1] bedrijfsmatig vogels verkocht zonder een deugdelijke administratie bij te houden.
De feiten zijn dat [naam 1] tijdens een vogeltentoonstelling op [datum 1] ongeveer 35 vogels te koop aanbood en verkocht, ondanks dat hij zijn bedrijf als vogelhandelaar per 1 maart 2018 had beëindigd en zijn UBN had opgezegd. Hij voerde aan dat hij slechts privévogels verkocht en dat hij geen bedrijfsmatig handelen verrichtte. De minister stelde echter dat de verkoop aan derden, het aantal vogels, eerdere boetes en advertenties op internet indicaties zijn van bedrijfsmatig handelen.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het bedrijfsmatig handelen vaststond en dat de administratieplicht van artikel 3.10 Bhd ook op [naam 1] van toepassing was. Het College van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het niet relevant is of [naam 1] een UBN of BTW-nummer heeft of dat hij geen winstoogmerk had. Het bedrijfsmatig handelen wordt objectief beoordeeld aan de hand van indicaties zoals verkoop aan derden, omvang en regelmaat.
Omdat [naam 1] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet bedrijfsmatig handelde en niet alle vogels in zijn inrichting administratief registreerde, is de boete terecht opgelegd. Het College ziet geen aanwijzingen voor willekeur of onzorgvuldigheid in het toezichtrapport. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €3.000,- blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €3.000,- wordt bevestigd.