ECLI:NL:CBB:2024:487
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling staatssteun en MKB-status bij TVL-subsidies na overname en fusie
De zaak betreft drie beroepen van Albron Nederland B.V. tegen besluiten van de minister van Economische Zaken over TVL-subsidies voor Q2, Q3 en Q4 van 2021. De kern van het geschil is het juiste moment van beoordeling van de MKB-status en het staatssteunplafond, mede in het licht van een aandelenoverdracht en fusie met [naam 6] B.V.
De minister wees de subsidieaanvraag voor Q2 2021 af omdat [naam 6] B.V. ten tijde van het afwijzingsbesluit geen MKB-onderneming meer was. Voor Q3 2021 stelde de minister de subsidie vast op € 0,- omdat de overgenomen onderneming geen MKB-onderneming meer was en het staatssteunplafond was bereikt. Voor Q4 2021 werd de subsidie vastgesteld op € 66.017,72, rekening houdend met het staatssteunplafond en eerdere subsidies.
Het College bevestigt dat het moment van subsidieverlening en subsidievaststelling bepalend is voor de beoordeling van de MKB-status en het staatssteunplafond. Subsidies van overgenomen ondernemingen tellen mee bij de beoordeling. De minister handelde correct, ook al was de grondslag voor het intrekken van de subsidie in Q3 onjuist, maar dit gebrek leidt niet tot een andere uitkomst.
De beroepen worden ongegrond verklaard. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht in zaaknummer 23/1329. Het vertrouwensbeginsel kan niet worden ingeroepen tegen het staatssteunplafond omdat dit in lijn is met EU-regelgeving.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in proceskosten.