ECLI:NL:CBB:2024:506
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Heraansluiting elektriciteit en gas na wanbetaling en schuldhulpverlening
De zaak betreft een geschil tussen Stedin Netbeheer B.V. en een kleinverbruiker die na beëindiging van zijn leveringscontract wegens wanbetaling was afgesloten van het elektriciteits- en gasnet. De kleinverbruiker had een verzoek tot heraansluiting ingediend, waarbij hij aantoonde dat de vordering van Stedin betrokken werd bij een lopend schuldhulpverleningstraject. Stedin stelde als voorwaarde dat eerst openstaande vorderingen voldaan moesten worden, wat door de ACM en het College werd beoordeeld als strijdig met artikel 10, tweede lid, van de Regeling afsluitbeleid.
De ACM verklaarde de klacht van de kleinverbruiker gegrond en oordeelde dat de wanbetaling aan de leverancier uiteindelijk had geleid tot de afsluiting en dat dit als beëindiging van het transport wegens wanprestatie kon worden aangemerkt. Stedin voerde aan dat de Regeling niet van toepassing was omdat de wanbetaling jegens de leverancier en niet jegens Stedin had plaatsgevonden, en dat de vordering een civielrechtelijke schadeclaim betrof. Het College verwierp deze argumenten en benadrukte dat de Regeling juist bedoeld is om kwetsbare kleinverbruikers te beschermen, ongeacht bij wie de wanbetaling plaatsvond.
Het College concludeerde dat Stedin onterecht betaling van de openstaande vorderingen eiste voordat heraansluiting plaatsvond, en verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee werd bevestigd dat de netbeheerder verplicht is het transport te hervatten als voldaan is aan de voorwaarden van artikel 10, tweede lid, van de Regeling, ook als de wanbetaling aan de leverancier heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Het beroep van Stedin wordt ongegrond verklaard; heraansluiting moest plaatsvinden zonder voorafgaande betaling van openstaande vorderingen.