ECLI:NL:CBB:2024:507
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing subsidie TVL wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming had subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) voor de periode juni tot en met september 2020. De minister stelde de subsidie vast op € 0,- en vorderde het betaalde voorschot terug, omdat het vereiste van minimaal 30% omzetverlies niet was gehaald.
De onderneming voerde aan dat haar omzetverlies 43,9% bedroeg, waarbij zij als referentieomzet de omzet van het tweede en derde kwartaal van 2019 volledig had opgeteld. De minister rekende de referentieomzet echter conform artikel 3, tweede lid, van de TVL-regeling, waarbij de omzet van het tweede kwartaal 2019 door drie wordt gedeeld en vervolgens bij de omzet van het derde kwartaal wordt opgeteld.
Het College oordeelde dat de minister de referentieomzet correct had berekend en dat het daadwerkelijke omzetverlies 15,3% bedroeg, onvoldoende voor subsidie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd zonder zitting gedaan op basis van het dossier en de ingediende stukken.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van subsidie TVL wegens onvoldoende omzetverlies wordt ongegrond verklaard.