ECLI:NL:CBB:2024:514
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 bij niet voldoen aan omzetverliescriteria
De minister van Economische Zaken heeft de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de onderneming voor de periodes oktober-december 2021 en januari-maart 2022 vastgesteld op nul euro vanwege het niet behalen van de vereiste omzetverliespercentages van respectievelijk 20% en 30%. De onderneming had eerder voorschotten ontvangen die vervolgens werden teruggevorderd.
De onderneming heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar deze zijn door de minister ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de onderneming beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College heeft geoordeeld dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangiften omzetbelasting voor het bepalen van het omzetverlies, ook al bevat deze omzet mogelijk vooruit gefactureerde bedragen die betrekking hebben op andere kwartalen.
Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bevestigd dat het gebruik van omzetbelastingaangiften een bewuste keuze is van de regelgever om de uitvoerbaarheid en administratieve lasten te beperken. Het verzoek van de onderneming om het omzetverlies op basis van de eigen financiële administratie te berekenen wordt afgewezen. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de subsidie blijft vastgesteld op nul euro.
Uitkomst: De beroepen van de onderneming tegen de vaststelling van de subsidie worden ongegrond verklaard en de subsidie blijft vastgesteld op nul euro.