ECLI:NL:CBB:2024:601
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening omzetverlies en rechtszekerheidsbeginsel bij TVL-subsidie
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister waarin het bezwaar tegen de vaststelling van de TVL-subsidie over het eerste kwartaal van 2022 ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil betreft de berekening van het omzetverlies, waarbij de minister is uitgegaan van de omzet zoals opgegeven in de bij de Belastingdienst ingediende aangiften omzetbelasting.
De onderneming stelde dat de minister bij de referentieomzet een correctie van €30.000 had moeten toepassen op basis van een fout in de aangifte over Q1 2020. De minister handhaafde het standpunt dat alleen de aangifte leidend is, tenzij sprake is van omzet die niet in de aangifte wordt opgenomen, wat hier niet het geval is. De onderneming verwees naar een eerdere subsidievaststelling over Q4 2021 waarbij de minister wel van de administratie was uitgegaan.
Het College overweegt dat de TVL-regeling bewust uitgaat van de omzet in de aangifte omzetbelasting vanwege uitvoerbaarheid en administratieve lasten. De onderneming had een suppletieaangifte kunnen indienen om de fout te corrigeren, maar dit is niet gebeurd. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat de minister slechts eenmaal, ten onrechte, is afgeweken van de aangifte als uitgangspunt. De minister heeft de omzet en het omzetverlies terecht vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de minister heeft terecht de omzet en het omzetverlies vastgesteld op basis van de aangifte omzetbelasting.