ECLI:NL:CBB:2024:620

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
23/352
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

De onderneemster had bezwaar gemaakt tegen een TVL-vaststellingsbesluit van de minister van Economische Zaken over het derde kwartaal van 2021, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde deze niet-ontvankelijkheid in een eerdere uitspraak van 5 september 2023.

Tegen deze uitspraak deed de onderneemster verzet, stellende dat haar eerste aanvraag tijdig en juist was ingediend met de juiste omzetcijfers, en dat bij correcte verwerking door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zij niet in deze situatie zou zijn gekomen. Het College verwees naar zijn beoordelingskader uit een eerdere uitspraak en oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar aan de onderneemster toe te rekenen is.

Omdat de onderneemster in haar verzetschrift geen omstandigheden aanvoerde die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen, verklaarde het College het verzet ongegrond. Hierdoor wordt het beroep van de onderneemster niet inhoudelijk behandeld en is de zaak definitief afgesloten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzet van de onderneemster wordt ongegrond verklaard en het beroep niet inhoudelijk behandeld.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/352

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2024 op het verzet van

[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de onderneemster)

(gemachtigde: W.G.A. Blom)

Procesverloop

De onderneemster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken over een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL).
Met de uitspraak van 5 september 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
Tegen de uitspraak van 5 september 2023 heeft de onderneemster verzet gedaan.

Overwegingen

1. De minister heeft het bezwaar van de onderneemster tegen het TVL-vaststellingsbesluit van 15 september 2022 over Q3 2021 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 5 september 2023 oordeelt het College dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2 De onderneemster heeft tegen de uitspraak aangevoerd dat daarin alleen wordt ingegaan op de te late indiening van de bezwaren. Dat gaat voorbij aan het feit dat de eerste aanvraag tijdig en juist was ingediend, met daarin al opgenomen de definitieve omzetcijfers conform de aangifte omzetbelasting. Bij juiste verwerking door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) was de onderneemster niet in deze situatie terecht gekomen.
3 Voor het beoordelingskader verwijst het College naar zijn uitspraak van
30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31). Het College moet beoordelen of het niet binnen de termijn indienen van een bezwaarschrift aan de onderneemster kan worden toegerekend. Het College beantwoordt die vraag bevestigend. In het verzetschrift voert de onderneemster geen omstandigheden aan die zien op de reden van overschrijding van de bezwaartermijn, zodat er geen reden is om de uitspraak van 5 september 2023 niet juist te achten.
4 De conclusie is dat de uitspraak van 5 september 2023 juist is. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van de onderneming niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2024.
w.g. M. Schoneveld w.g. E.A. van der Meel