De zaak betreft een bezwaar van Black Label Hotel Valkenburg B.V. tegen een vaststellingsbesluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat over de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. De onderneming diende haar bezwaarschrift te laat in en stelde dat de overschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke en externe omstandigheden, waaronder de coronapandemie, de watersnoodramp en financiële problemen.
Het College overweegt dat bij de beoordeling van verschoonbaarheid meer rekening moet worden gehouden met bijzondere omstandigheden, zoals ernstige ziekte, psychisch onvermogen of externe calamiteiten. Toch moet de termijnoverschrijding redelijkerwijs niet aan de indiener kunnen worden toegerekend en moet het bezwaar zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn zijn ingediend.
In deze zaak concludeert het College dat de onderneming de termijnoverschrijding wel aan zichzelf kan wijten. De coronapandemie was al geruime tijd gaande en de watersnoodramp lag bijna een half jaar terug. De onderneming maakte deel uit van een grotere groep met meerdere TVL-aanvragen, waardoor extra alertheid werd verwacht. De omstandigheden waren onvoldoende om de overschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
Daarom verklaart het College het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak van 14 februari 2023 in stand, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.