ECLI:NL:CBB:2024:659

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
22/709
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Handelsregisterbesluit 2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bestuursrechtelijke handelsregisterwijziging

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de Kamer van Koophandel (KvK) dat een wijziging van het bestuur van een Stichting in het handelsregister gedeeltelijk ongedaan maakte vanwege twijfel over de juistheid van de opgave.

De rechtbank Amsterdam heeft in een civiele procedure geoordeeld dat de derde partijen geen bestuurders zijn, wat door de KvK is verwerkt in het handelsregister. Appellanten hebben vervolgens aangegeven dat hun enige belang in het beroep ligt in de veroordeling van de KvK tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Het College stelt dat het enkel nastreven van vergoeding van proceskosten en griffierecht onvoldoende procesbelang oplevert, omdat een bestuursorgaan ook zonder gegrondverklaring van het beroep tot vergoeding kan worden veroordeeld. Daarom verklaart het College het beroep niet-ontvankelijk.

Wel wordt de KvK veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan appellanten, aangezien de KvK de bestuurswijziging inmiddels heeft ingeschreven zoals verzocht.

De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 24 september 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, maar appellanten krijgen griffierecht en proceskosten vergoed.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/709

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 september 2024 in de zaak tussen

[naam 1] , te [woonplaats 1]

[naam 2], te [woonplaats 1]
[naam 3], te [woonplaats 1]
[naam 4], te [woonplaats 1]
[naam 5], te [woonplaats 1]
[naam 6], te [woonplaats 2]
[naam 7], te [woonplaats 2]
[naam 8], te [woonplaats 3]
[naam 9], te [woonplaats 1] (Stichting)
(appellanten)
(gemachtigde: mr. O.J. Hennis)
en

Kamer van Koophandel (KvK)

(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende)
met als derde partijen
[naam 10], te [woonplaats 1]
[naam 11], te [woonplaats 1]

Procesverloop

Met het besluit van 16 november 2021 (besluit wijziging inschrijving) heeft de KvK de opgave van [naam 2] tot wijziging van het bestuur van de Stichting ingeschreven in het handelsregister.
Met het besluit van 11 maart 2022 (bestreden besluit) heeft de KvK het bezwaar van de derde partijen tegen het besluit wijziging inschrijving gedeeltelijk gegrond verklaard en het handelsregister dienovereenkomstig aangepast.
Appellanten hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De KvK heeft een verweerschrift ingediend.
De derde partijen hebben een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.
Appellanten en de KvK hebben nadere stukken ingediend.
Geen van de partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord. Het College heeft vervolgens bepaald dat een zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Op 15 november 2021 heeft [naam 2] aan de KvK, voor zover relevant, de opgave gedaan tot uittreding van de derde partijen als bestuurders, de toetreding van [naam 3] als penningmeester en [naam 4] als tweede penningmeester alsook de functiewijzigingen van [naam 1] in voorzitter en [naam 2] in secretaris. Met het besluit wijziging inschrijving heeft de KvK deze opgave in het handelsregister ingeschreven.
2 Met het bestreden besluit heeft de KvK het bezwaar van de derde partijen tegen het besluit wijziging inschrijving gedeeltelijk gegrond verklaard en de inschrijving van de bovengenoemde opgave in het handelsregister op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het Handelsregisterbesluit 2008 ongedaan gemaakt vanwege gerede twijfel over de juistheid van de opgave.
3 De rechtbank Amsterdam (rechtbank) heeft in een civiele procedure bij tussenvonnis van 22 februari 2023 (ECLI:NL:RBAMS:2023:935) onder andere geoordeeld over de vraag welke bestuurders het bestuur van de Stichting vormen en in dat verband voor recht verklaard dat de derde partijen geen bestuurders van de Stichting zijn.
4 Op 23 februari 2023 heeft [naam 2] naar aanleiding van het tussenvonnis opnieuw aan de KvK een opgave gedaan die gelijkluidend is aan de onder 1 genoemde opgave. Met een besluit van 27 februari 2023 heeft de KvK deze opgave in het handelsregister ingeschreven.
5 Appellanten hebben aan het College meegedeeld dat de rechtbank in de hiervoor genoemde civiele procedure op 6 september 2023 einduitspraak heeft gedaan, waarbij conform het tussenvonnis wordt herhaald dat de derde partijen geen bestuurders zijn, en dat er geen hoger beroep is ingesteld. Op de vraag van het College welk belang appellanten dan nog hebben bij een uitspraak op het beroep hebben zij meegedeeld dat hun belang is gelegen in de veroordeling van de KvK in de proceskosten in verband met de behandeling van het beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
6 Volgens de rechtspraak van het College (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 4 juni 2024, ECLI:NL:CBB:2024:378, onder 2.3) heeft een appellant procesbelang als het resultaat dat met het beroep wordt nagestreefd ook daadwerkelijk kan worden bereikt. Dit resultaat moet voor de appellant een feitelijke en niet alleen een hypothetische betekenis hebben. Een formeel of principieel belang alleen is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
7 Uit de rechtspraak van het College (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 juli 2022, ECLI:NL:CBB:2022:415, onder 3.1) volgt dat de mogelijkheid om vergoeding van proceskosten en griffierecht te verkrijgen als procesbelang ontoereikend is, omdat een bestuursorgaan ook tot vergoeding van die kosten kan worden veroordeeld zonder de gegrondverklaring van het beroep. Het College zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.
8 De KvK is met het besluit van 27 februari 2023 tegemoetgekomen aan het verzoek van appellanten om de door hen gedane opgave tot wijziging van het bestuur van de Stichting in het handelsregister in te schrijven. Het College ziet hierin aanleiding te bepalen dat het door appellanten betaalde griffierecht van € 365,- aan hen wordt vergoed en om de KvK te veroordelen in de proceskosten van appellanten in beroep. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

Het College:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- draagt de KvK op het betaalde griffierecht van € 365,- aan appellanten te vergoeden;
- veroordeelt de KvK in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, mr. H. van den Heuvel en mr. P. Fortuin, in aanwezigheid van mr. H. Caglayankaya, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2024.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. H. Caglayankaya