De minister heeft de S&O-verklaringen van 2018 gecorrigeerd naar nihil vanwege het ontbreken van opgave van S&O-uren. De curator, aangesteld na faillissement, ontving de correctieverklaring pas op 22 oktober 2021 en diende op 15 december 2021 bezwaar in, wat na de bezwaartermijn was.
De curator stelde dat eerdere e-mails van een insolventiemedewerker als tijdig bezwaar moesten worden aangemerkt en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder ziekte en overlijden van een medewerker. Tevens werd een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel en het recht op horen.
Het College oordeelde dat de e-mails geen bezwaar vormden en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat een medecurator was aangesteld die de termijnen had moeten bewaken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Belastingdienst niet bevoegd was toezeggingen namens de minister te doen. Hoewel de minister ten onrechte niet heeft gehoord, passeert het College dit gebrek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.