ECLI:NL:CBB:2024:695

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
23 september 2024
Publicatiedatum
9 oktober 2024
Zaaknummer
22/2345
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking subsidie vaste lasten COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies

In deze zaak heeft de minister van Economische Zaken de subsidie voor vaste lasten, toegekend aan Invision Concept B.V., ingetrokken omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van minimaal 30% omzetverlies. De onderneming erkent dit omzetverlies niet te hebben geleden.

De onderneming stelde dat op grond van het vertrouwensbeginsel de subsidie toch toegekend moest worden, omdat zij een bericht had ontvangen dat haar subsidie was vastgesteld op een bedrag van € 11.658,96. Dit bericht zou een concrete toezegging zijn geweest.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt echter dat er geen sprake is van een concrete en ondubbelzinnige toezegging door de minister. De melding van 1 juli 2021 betrof het besluit waarbij de subsidie werd ingetrokken, zoals de minister overtuigend heeft gemotiveerd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt daarom niet en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de subsidie bevestigd wegens het ontbreken van minimaal 30% omzetverlies.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2345
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2024

Rechter: mr. R.W.L. Koopmans

Griffier: mr. P.M. Beishuizen

Partijen

Invision Concept B.V. te Arnhem (onderneming) waarvoor niemand aanwezig is

en
de minister van Economische Zakenvertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. A.M.D. Dijkstra

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De minister heeft de aan de onderneming verleende subsidie ingetrokken. Volgens de minister wordt niet voldaan aan het vereiste dat sprake moet zijn van 30% omzetverlies. De onderneming erkent dat geen sprake is van 30% omzetverlies.
2 De onderneming vindt echter dat op basis van het vertrouwensbeginsel alsnog de subsidie aan hem moet worden toegekend. Hij heeft immers na een melding van 1 juli 2021 te hebben ontvangen dat er een bericht klaar stond, op de site van RVO gezien dat zijn subsidie was vastgesteld op € 11.658,96.
3 Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Voor een geslaagd beroep op dit beginsel is allereerst vereist dat van de zijde van de minister sprake is van een concrete en ondubbelzinnige toezegging. Hiervan is niet gebleken. De minister heeft overtuigend gemotiveerd dat de melding van 1 juli 2021 ziet op het besluit van 1 juli 2021 waarbij de subsidie is ingetrokken.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. P.M. Beishuizen