Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Rechter: mr. H. van den Heuvel
Partijen
handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] , (ondernemer), waarvoor aanwezig is [naam 1]
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemer heeft een subsidie aangevraagd op grond van de Startersregeling van de regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. De minister wees de aanvraag af omdat de ondernemer niet in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 september 2021 was ingeschreven in het handelsregister, een voorwaarde voor de regeling.
Het College stelt vast dat de ondernemer inderdaad niet aan deze inschrijvingseis voldoet en dat de minister gebonden is aan deze voorwaarde. Het beroep van de ondernemer op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat het College in eerdere uitspraken heeft geoordeeld dat de afbakening van de doelgroep niet strijdig is met dit beginsel.
De ondernemer heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de toepassing van de inschrijvingseis onredelijk zouden maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de inschrijvingseis van de Startersregeling TVL.