Appellante heeft een subsidieaanvraag op grond van de TVL ingediend die door verweerder is afgewezen omdat de omzetverliesreferentieperiode werd berekend vanaf de inschrijvingsdatum in het handelsregister. Appellante stelde dat zij pas later daadwerkelijk kon starten, namelijk na ontvangst van de benodigde vergunningen en de opening van haar restaurant.
Het College stelt vast dat de TVL-regeling niet definieert wat onder 'start van de activiteiten' wordt verstaan. Het College oordeelt dat deze term niet automatisch gelijkgesteld kan worden aan de inschrijvingsdatum in het handelsregister. De startdatum moet worden bepaald aan de hand van objectief bepaalbare feiten, zoals het beschikken over alle noodzakelijke vergunningen en het ontbreken van juridische belemmeringen.
In deze zaak beschikte appellante pas op 17 februari 2020 over de vereiste vergunningen en kon zij vanaf die datum haar bedrijfsactiviteiten zonder belemmeringen uitoefenen. Daarom moet deze datum als start van de activiteiten worden beschouwd. Verweerder heeft ten onrechte de inschrijvingsdatum als startdatum gehanteerd, waardoor het bestreden besluit niet toereikend is gemotiveerd en in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.