ECLI:NL:CBB:2024:721
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen subsidieafwijzing TVL Q4 2021 op basis van omzetgegevens Belastingdienst
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarbij een subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) werd toegekend op een lager bedrag dan door de onderneming opgegeven.
De minister had aanvankelijk de subsidieaanvraag afgewezen, maar na bezwaar toegekend op basis van omzetgegevens van de Belastingdienst, waarbij de omzet in het referentiekwartaal 2019 werd vastgesteld op € 13.056,- en de omzet in Q4 2021 op € 0,-. De onderneming stelde dat de omzet in het referentiekwartaal hoger was (€ 117.985,-) op basis van haar aangifte omzetbelasting.
Het College oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens van de Belastingdienst, omdat dit een bewuste keuze van de regelgever is om de regeling uitvoerbaar te houden en administratieve lasten te beperken. De door de onderneming ingediende documenten zijn geen geldige suppletieaangifte en kunnen de omzetcorrectie niet rechtvaardigen.
Daarom is het beroep kennelijk ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit van 2 maart 2023, waarbij een subsidie van € 4.830,72 werd toegekend, in stand.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen het subsidiebedrag is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.