ECLI:NL:CBB:2024:734
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 afgewezen
De minister van Economische Zaken stelde op 1 november 2022 de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 vast op € 0,- en vorderde het betaalde voorschot van € 8.926,90 terug. De onderneming maakte bezwaar, dat op 22 maart 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de onderneming beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De onderneming betwistte de door de minister gehanteerde omzet van € 174.920,- over Q4 2021, stellende dat de werkelijke omzet € 54.304,- bedroeg, gebaseerd op jaarrekening en facturen. Volgens de onderneming waren sommige facturen ten onrechte toegerekend aan Q4 in plaats van Q3, maar er was geen suppletieaangifte ingediend omdat dit de te betalen omzetbelasting niet zou wijzigen.
Het College oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet zoals blijkt uit de bij de Belastingdienst ingediende aangifte omzetbelasting, omdat dit een bewuste keuze van de wetgever is om de uitvoerbaarheid en administratieve lasten van de TVL-regeling te beperken. Afwijking van de aangifte is slechts mogelijk indien de Belastingdienst de aangifte corrigeert. Het niet indienen van een suppletieaangifte vanwege kleine correcties leidt niet tot een ander oordeel.
Daarmee is het beroep kennelijk ongegrond verklaard en is het besluit van de minister in stand gebleven.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de subsidie TVL Q4 2021 op nul te stellen is ongegrond verklaard.