De onderneming diende haar aanvraag voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) over het eerste kwartaal van 2022 pas op 21 april 2022 in, terwijl de aanvraagperiode liep van 28 februari tot en met 31 maart 2022. Het College stelt vast dat de aanvraag buiten de gestelde termijn is ingediend.
De minister van Economische Zaken wees de aanvraag af vanwege deze te late indiening. Het College oordeelt dat deze afwijzing niet onevenredig is, ondanks dat de aanvraagperiode voor dit kwartaal korter was dan voor eerdere kwartalen. Eerdere uitspraken bevestigen dat een kortere aanvraagperiode niet onrechtmatig is.
Hoewel de eigenaar van de onderneming tijdens de aanvraagperiode corona had, is niet gebleken dat hij gedurende de gehele periode niet in staat was de aanvraag te doen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel wordt door het College afgewezen omdat deze onvoldoende concreet zijn onderbouwd.
Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag blijft in stand.