ECLI:NL:CBB:2024:773
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL voor eerste kwartaal 2022 wegens te late indiening
De onderneming diende haar aanvraag voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 te laat in. De minister wees de subsidieaanvraag af op grond van de wettelijke termijn. De onderneming beriep zich op het feit dat zij aanvankelijk dacht dat het staatssteunplafond was bereikt, waardoor zij geen aanvraag indiende. Nadat bleek dat het plafond nog niet was bereikt, wilde zij alsnog een aanvraag indienen.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de minister de beslissing tot afwijzing mocht toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, maar dat de omstandigheden geen reden geven om de wettelijke termijn te negeren. Het niet tijdig indienen was een bewuste keuze van de onderneming, gebaseerd op een onjuiste aanname, en komt voor haar eigen risico.
Het College bevestigde eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat het niet onzorgvuldig is van de minister om geen inhoudelijke beoordeling te doen bij te late aanvragen. De onderneming had ondanks de lopende beslissing over Q4 2021 voldoende gelegenheid om tijdig een aanvraag voor Q1 2022 in te dienen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag voor Q1 2022 blijft gehandhaafd.