ECLI:NL:CBB:2024:780
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 afgewezen
De minister van Economische Zaken stelde bij besluit van 19 september 2022 de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 over het derde kwartaal van 2021 vast op € 0,- vanwege het ontbreken van het vereiste omzetverlies van ten minste 30%. De minister baseerde zijn berekening op de financiële administratie van de onderneming, waaruit bleek dat de omzet in het subsidiejaar hoger was dan in de referentieperiode.
De onderneming voerde aan dat een deel van de omzet in het subsidiejaar aan een ander kwartaal toegerekend moest worden, omdat de diensten in dat andere kwartaal waren geleverd. Het College oordeelde echter dat de minister terecht het factuurstelsel hanteerde, waarbij omzet wordt toegerekend aan het kwartaal van facturering, ongeacht de datum van levering.
Het College verwees naar een eerdere uitspraak waarin deze interpretatie bevestigd werd en concludeerde dat de minister de omzetbedragen correct had vastgesteld. De onderneming betwistte de omzetbedragen uiteindelijk niet meer. Gezien het ontbreken van het vereiste omzetverlies werd het beroep ongegrond verklaard en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de subsidie op nihil is ongegrond verklaard en het betaalde voorschot wordt teruggevorderd.