ECLI:NL:CBB:2024:81

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
8 februari 2024
Zaaknummer
22/117
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:12 AwbElektriciteitswet 1998
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van vertrouwelijkheidsbeperking inzake bedrijfsgevoelige stukken in bestuursrechtelijke procedure

Energie Samen heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). ACM heeft vertrouwelijke versies van diverse gedingstukken ingediend en op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht dat alleen het College kennisneemt van deze stukken.

De rechter-commissaris is belast met de beslissing over de rechtmatigheid van deze beperking. Hierbij wordt een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over dezelfde relevante informatie te beschikken en het belang van ACM om vertrouwelijke, concurrentiegevoelige gegevens te beschermen.

De rechter-commissaris oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken 3, 6 en 8 gerechtvaardigd is omdat deze bedrijfsvertrouwelijke gegevens en persoonsgegevens bevatten die niet openbaar mogen worden gemaakt. Stuk 3 bevat tevens persoonsgegevens van niet-betrokken personen, waardoor openbaarmaking een onevenredig nadeel en inbreuk op de privacy zou veroorzaken.

Voor stuk 15 is vastgesteld dat de vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke versies inhoudelijk overeenkomen, zodat geen beperking noodzakelijk is. Het College kan alleen met toestemming van partijen uitspraak doen op basis van deze stukken; Energie Samen heeft hiervoor toestemming gegeven, en voor stukken van Stedin is geen toestemming vereist.

De rechter-commissaris besluit daarom dat de gevraagde beperking van kennisneming gerechtvaardigd is en bevestigt hiermee de vertrouwelijkheid van de betreffende stukken.

Uitkomst: De beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken 3, 6 en 8 is gerechtvaardigd verklaard.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/117
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

Coöperatie Energie Samen U.A., te Utrecht

(gemachtigden: mr. M.R. het Lam en mr. M. Vreeke)
en

de Autoriteit Consument en Markt

(gemachtigden: mr. J. de Vries en mr. L.H.J. Dabekaussen)
met als derde partij
Stedin Netbeheer N.V.,
(gemachtigde: mr.drs. M.G.A.M. Custers)

Procesverloop

Energie Samen heeft beroep ingesteld tegen het besluit van ACM van 15 december 2021.
ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft (delen van) de volgende ACM-stukken:
- 3 Bijlagen bij notitie meerlengte 3-10 MVA (offerte en factuur);
- 6 Stedin Tarievenmodule RNB E 2021 (meerlengte E-aansluitingen)
- 8 Stedin Tarievenmodule RNB E 2021 (meerlengte E-aansluitingen)
- 15 Bijlage bij email van Energie Samen aan ACM (offerte).
De andere partijen hebben, nadat zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, gereageerd op de mededeling van de ACM. Energie Samen heeft op ingestemd met de gevraagde vertrouwelijke kennisname van de stukken door het College. Stedin refereert zich aan het oordeel van de rechter-commissaris.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van Pro de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
2. Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft.
3. De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken 3, 6 en 8 gerechtvaardigd is. Deze stukken bevatten bedrijfsvertrouwelijke gegevens of gegevens waaruit (een deel van) de marktstrategie van betrokkenen zou kunnen worden afgeleid, voor zover al niet zonder meer sprake is van concurrentiegevoelige gegevens. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden.
Stuk 3 bevat ookpersoonsgegevens van (rechts)personen die niet bij de procedure zijn betrokken. Om die reden zou kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg kunnen hebben.
4. De rechter-commissaris stelt vast dat de vertrouwelijke versie van stuk 15 geheel overeenkomt met de niet-vertrouwelijke versie van dit gedingstuk. Na vergelijking van de vertrouwelijke versie met de niet-vertrouwelijke versie van dit gedingstuk is de rechter-commissaris tot de conclusie gekomen dat er in de vertrouwelijke versie geen informatie staat die in de niet-vertrouwelijke versie onleesbaar is. Met betrekking tot dit stuk hoeft de rechter-commissaris dan ook geen beslissing over beperking van de kennisneming te nemen.
5. Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Die toestemming is niet nodig voor een stuk dat een partij al kent. Energie Samen heeft al toestemming verleend. De vertrouwelijke delen van de stukken 3, 6 en 8 zijn stukken van Stedin zodat van Stedin geen toestemming hoeft te worden gevraagd.

Beslissing

De rechter-commissaris beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken 3, 6 en 8 gerechtvaardigd is.
Aldus genomen door mr. B. Bastein, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op 6 februari 2024.
w.g. B. Bastein w.g. I.C. Hof