ECLI:NL:CBB:2024:824
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken accountantsproduct bij TVL-subsidie
De onderneming had subsidies aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor vier kwartalen in 2021 en 2022. De minister had de subsidies voor het eerste en derde kwartaal van 2021 ingetrokken en de betaalde voorschotten teruggevorderd. Voor het tweede kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022 waren de subsidieaanvragen afgewezen. De bezwaren van de onderneming tegen deze besluiten werden door de minister kennelijk ongegrond verklaard.
De onderneming stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College deed uitspraak zonder zitting omdat het dossier voldoende informatie bevatte. De minister had de subsidieaanvragen in bezwaar omgezet van MKB- naar grote onderneming, waardoor het aanleveren van een accountantsproduct verplicht was bij subsidiebedragen van €125.000 of meer.
De onderneming heeft het accountantsproduct ondanks herhaalde verzoeken niet aangeleverd, ook niet na aankondiging in het beroepschrift. Het College oordeelde dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat de subsidieaanvragen niet voldoen aan de vereisten van de TVL-regeling. Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard wegens het niet aanleveren van het vereiste accountantsproduct.