ECLI:NL:CBB:2024:845
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening subsidieafwijzing
Appellant diende een subsidieaanvraag in voor warmtepompen en glasisolatie, die door de minister op 27 augustus 2021 werd afgewezen. Tegen dit afwijzingsbesluit werd op 22 december 2022 een bezwaarschrift ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 8 oktober 2021 eindigde.
De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening en stelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellant voerde aan dat hij van maart 2021 tot eind oktober 2022 geen toegang had tot zijn woning en dat zijn ex-vrouw de post niet had doorgestuurd, waardoor hij het besluit pas in september/oktober 2022 via zijn advocaat ontving. Tevens stelde appellant dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een toezegging had gedaan dat hij de aanvraag mocht afronden zodra hij weer toegang had tot zijn woning.
Het College oordeelde dat de digitale bekendmaking niet relevant was omdat appellant niet kenbaar had gemaakt dat hij elektronisch bereikbaar was. De postbezorging van het besluit per 27 augustus 2021 bepaalde de termijn. Het bezwaar was daarom te laat en appellant had niet binnen zes weken na kennisneming bezwaar gemaakt. De omstandigheden van appellant vormden geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding. Het College zag geen aanleiding om de gestelde toezegging te beoordelen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door mr. H.S.J. Albers namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 19 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.