In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 13 november 2024 een beslissing genomen over de geheimhouding van bepaalde stukken in een hoger beroepsprocedure tussen een onderneming, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de minister van Economische Zaken.
De ACM had gevraagd om geheimhouding van persoonsgegevens van medewerkers en andere betrokkenen in diverse bijlagen die als vertrouwelijk waren ingediend. De rechter-commissaris heeft deze verzoeken getoetst aan het belang van partijen om over dezelfde relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van persoonlijke levenssfeer.
De rechter-commissaris oordeelde dat de beperking van kennisneming van persoonsgegevens zoals handtekeningen, bankgegevens en namen van niet bij de procedure betrokken ambtenaren gerechtvaardigd is. Voor overige gegevens, waaronder verplichtingennummers en gegevens die al bekend of openbaar zijn, werd de beperking niet gerechtvaardigd geacht.
Het College verzoekt partijen om binnen een week schriftelijk te bevestigen of zij instemmen met het gebruik van de vertrouwelijke stukken bij de uitspraak. Tevens wordt ACM verzocht een nieuwe versie van de bijlagen aan te leveren waarin de geheim te houden gegevens zijn afgeschermd.
Deze beslissing waarborgt een zorgvuldige afweging tussen transparantie in het proces en bescherming van privacy in bestuursrechtelijke procedures.