ECLI:NL:CBB:2024:849
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 Q1 2022 ongegrond verklaard
De minister van Economische Zaken heeft op 13 maart 2023 de subsidie voor het eerste kwartaal van 2022 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 vastgesteld op nihil en het betaalde voorschot van € 84.679,06 teruggevorderd. De onderneming stelde beroep in tegen dit besluit omdat zij van mening was dat de minister had moeten uitgaan van haar eigen administratie in plaats van de omzetgegevens van de Belastingdienst. Tevens stelde zij dat het besluit haar onevenredig hard zou treffen.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven deed uitspraak zonder zitting, omdat het dossier voldoende informatie bevatte. Het oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens van de Belastingdienst, conform eerdere uitspraken over de kwartalen drie en vier van 2021 waarin het beroep ook ongegrond werd verklaard. De onderneming bracht geen nieuwe feiten of argumenten aan die tot een ander oordeel konden leiden.
Daarom mocht de minister de subsidie op nihil vaststellen en het voorschot terugvorderen. Het beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 26 november 2024 in het openbaar gedaan door mr. B. Bastein.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de vaststelling van de subsidie over Q1 2022 wordt ongegrond verklaard.